Belangrijke wijzigingen binnen het burgerlijk procesrecht op komst

dinsdag 19 december 2017 - 10u33

Op 5 december 2017 werd het wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk wetboek, van het Burgerlijk wetboek en van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken neergelegd in de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Deze wet heeft als voornaamste doelstelling de werklast van de rechtbanken van eerste aanleg te beperken. De wetgever heeft ervoor gekozen om hiervoor de bevoegdheids- en aanleggrenzen aan te passen. In de praktijk wordt de werklast dus verschoven van de rechtbank van eerste aanleg naar de vrederechter.
Een eerste belangrijke wijziging is het optrekken van de bevoegdheidsgrens van de vrederechter. Tot op heden neemt – op enkele uitzonderingen na – de vrederechter kennis van vorderingen die het bedrag van 2.500 EUR niet te boven gaan. (art. 590, lid 1 Ger.W.) Vanaf 01.01.2018 voorziet het wetsontwerp dat de bevoegdheidsgrens zal worden opgetrokken naar vorderingen tot maximaal 5.000 EUR. U zult met andere woorden in een groter aantal zaken beroep kunnen doen op de vrederechter.

Een tweede belangrijke wijziging is de verhoging van de zogenaamde appellabiliteitsgrens, zijnde de minimale waarde die een zaak moet hebben om in beroep te kunnen gaan. Vandaag ligt deze grens voor vredegerechten en vonnissen van de politierechtbank op 1.860 EUR. (art. 617, lid 1 Ger.W.) Voor de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel ligt deze grens momenteel op 2.500 EUR. Het wetsontwerp voorziet dat vonnissen van de vrederechter vanaf 01.01.2018 slechts vatbaar zullen zijn voor hoger beroep vanaf 2.000 EUR.

Deze verhoging van de appellabiliteitsgrens heeft een belangrijk gevolg. Door de wet van 06.07.2017 werd art. 1047 Ger.W. gewijzigd. Dit artikel voorziet de mogelijkheid om verzet in te stellen tegen een verstekvonnis, zijnde een vonnis waarbij u niet bent opgetreden in de procedure. Waar verzet vroeger mogelijk was tegen elk verstekvonnis is dit sinds de wetswijziging van juli 2017 niet langer het geval. Vandaag kan enkel nog verzet ingesteld worden tegen vonnissen die in laatste aanleg zijn gewezen. Werd u bij verstek veroordeeld tot betaling van een bedrag van pakweg 2.150 EUR kunt u vandaag dus niet langer verzet aantekenen – zodoende de procedure opnieuw gevoerd zal worden bij de vrederechter – doch rest er geen andere mogelijkheid dan hoger beroep in te stellen en de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg. Immers, enkel zaken onder de 1.860 EUR zijn in laatste aanleg gewezen en zijn dus vatbaar voor verzet. Vanaf 01.01.2018 zijn alle zaken onder de 2.000 EUR in laatste aanleg gewezen zodat voor meer zaken verzet mogelijk zal zijn (ook voor de zaken tussen de 1.860 EUR en 2.000 EUR).

Voorts is ook een wijziging voorzien van art. 792 Ger.W. Dit artikel stelt dat binnen de 8 dagen na de uitspraak een niet ondertekend afschrift van het vonnis bij gewone brief wordt verstuurd naar de partijen of hun advocaten. In burgerlijke zaken werd dit artikel toegepast, doch in strafzaken niet (alhoewel voor deze opdeling geen enkele wettelijke grond bestond). De advocaat moest steeds zelf, en dit tegen betaling, een afschrift bestellen bij de griffie. Het nieuwe artikel 792 Ger.W. voorziet dat het vonnis vanaf 01.01.2018 zowel in burgerlijke als in strafrechtelijke zaken zal worden toegestuurd naar de partijen of hun raadslieden. Ook zal dit dienen te gebeuren binnen de 5 dagen na de uitspraak in plaats van binnen de huidige 8.

Auteur: Lennert Dierickx

Download bijlagen: