Striktere betalingstermijnen zorgen binnenkort voor snellere betaling bij handelstransacties

dinsdag 16 november 2021 - 16u26

VOKA november

Voor de laatste keer dit jaar schreven wij een artikel voor het tijdschrift Ondernemers van VOKA Oost Vlaanderen. Daarbij ging Sami Ahmad in op de nieuwe wet omtrent betalingstermijnen. Vanaf 1 februari 2022 zal het namelijk onmogelijk zijn om bij handelstransacties een standaard betalingstermijn van 60 kalenderdagen te overschrijden.

Het artikel kan u hieronder volledig terugvinden of u kan het digitaal lezen in het tijdschrift op pagina 37 via deze link.

 

Op 15 juli is het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties aangenomen. Deze nieuwe wet van 14 augustus 2021 wenst de positie van kmo’s in het handelsverkeer beter te beschermen door de regelgeving inzake contractuele betalingstermijnen aan te scherpen. Ingevolge de nieuwe wet zal het vanaf 1 februari 2022 onmogelijk zijn om bij handelstransacties te voorzien in een conventionele betalingstermijn die langer is dan 60 kalenderdagen.

Ondernemingen ondervinden doorgaans veel problemen met het betaalgedrag van hun professionele klanten. In de praktijk ziet men bijvoorbeeld vaak dat grote ondernemingen hun machtspositie aanwenden ten aanzien van kleinere ondernemingen om langere, meer voordelige betalingstermijnen te bekomen. Daarnaast kan worden vastgesteld dat steeds meer Belgische ondernemingen hun leveranciers laattijdig betalen. Dit alles leidt tot situaties waarbij veelal kleinere ondernemingen als feitelijke kredietverstrekker worden gebruikt. Daarenboven heeft dit gevolgen voor de liquiditeit van de onderneming.1

Eén van de redenen van de wetswijziging is dat de huidige wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties er onvoldoende in slaagt om het betaalgedrag tussen ondernemingen te verbeteren. Deze wet legt nochtans een betalingstermijn van 30 kalenderdagen op in het geval de contractspartijen geen betalingstermijn zijn overeengekomen. Weliswaar biedt de huidige wet de mogelijkheid voor ondernemingen om onderling een termijn van meer dan 60 kalenderdagen overeen te komen zolang de afspraken niet kennelijk onbillijk zijn.2

De nieuwe wet van 14 augustus 2021 wil dit euvel verhelpen door de huidige regelgeving te verstrengen en de bestaande achterpoortjes te sluiten. Zo mogen ondernemingen onderling met ingang van 1 februari 2022 geen betalingstermijn meer overeenkomen die langer is dan 60 kalenderdagen. Ingeval een onderneming toch een langere betalingstermijn zou bedingen, wordt het beding als niet geschreven beschouwd. In dergelijk geval is een betalingstermijn van 30 dagen van toepassing. Echter dient te worden opgemerkt dat hiervan via Koninklijk Besluit kan worden afgeweken en dat voor bepaalde sectoren in voorkomend geval in een langere betalingstermijn kan worden voorzien.3

De startdatum voor de betalingstermijn blijft ongewijzigd en is dus nog steeds de dag volgend op die 1° van de ontvangst door de schuldenaar van de factuur of gelijkwaardig verzoek tot betaling of 2° van de ontvangst van de goederen of diensten, indien de datum van ontvangst van de factuur of gelijkwaardig verzoek tot betaling niet vaststaat of indien de schuldenaar de factuur of het gelijkwaardig verzoek tot betaling eerder ontvangt dan de goederen of diensten. Een nieuwigheid is dat de wetswijziging uitdrukkelijk voorziet in een verbod om contractuele afspraken te maken omtrent de ontvangstdatum van de factuur. Met dit verbod tracht de wetgever te voorkomen dat de betalingstermijn kunstmatig wordt verlengd.4

De huidige wet maakt het ook mogelijk de betalingstermijn pas na aanvaarding of controle ter verificatie van de conformiteit van de goederen of diensten te laten starten, op voorwaarde dat de overeenkomst in dergelijke procedure voorziet. Net zoals het verbod om contractuele afspraken omtrent de ontvangstdatum te maken, zal de nieuwe wet van 14 augustus 2021 de cumulatie van de verificatietermijn en de betalingstermijn verbieden. Bijgevolg zal de verificatietermijn integraal deel uitmaken van de uiteindelijke betaaltermijn. Zodoende wenst de wetgever het achterpoortje, dat de procedure voor aanvaarding of controle van de goederen of diensten gebruikt wordt om de betalingstermijn te rekken, te sluiten.5

Ten slotte brengt de wet van 14 augustus 2021 een vernieuwing met zich mee inzake laattijdige betalingen. Om te vermijden dat ondernemingen druk zetten op hun schuldeiser om geen interest te vragen, zal in het geval van een laattijdige betaling het onbetaald bedrag van rechtswege en zonder ingebrekestelling verhoogd worden met een interest behalve indien de schuldenaar bewijst dat hij niet verantwoordelijk is voor de vertraging. In voorkomend geval zal daarenboven het openstaande bedrag van rechtswege en zonder ingebrekestelling worden verhoogd met een forfaitaire vergoeding van 40 euro voor de invorderingskosten van de schuldeiser.6

De wet van 14 augustus 2021 tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties zal ondernemingen voortaan onderwerpen aan strengere betalingstermijnen en dit op straffe van betaling van verwijlinteresten en een forfaitaire vergoeding voor de invorderingskosten. Tot slot verdient het de aanbeveling om na te gaan of uw algemene voorwaarden dienen te worden aangepast in het licht van de wetswijzigingen die zullen gelden met ingang van 1 februari 2022.

1 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, 55K1036001.indd (dekamer.be), p. 3.
2 Art. 4, §1, 3° Wet 2 Augustus 2002.
3 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, 55K1036001.indd (dekamer.be), p. 7.
4 Ibid., p. 5.
5 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, 55K1036001.indd (dekamer.be), p. 5.
6 Ibid.

Auteur: Sami Ahmad